Waterplanten

Waterplanten of hydrofyten zijn planten die zich hebben aangepast aan het leven in (zeer) natte omstandigheden. Vaak worden oeverplanten of helofyten ook bij de waterplanten genoemd, maar dit zijn geen echte waterplanten. Helofyten groeien met hun wortel in de waterbodem en met hun bladeren boven water uit (emerse planten). Dit is bij de echte waterplanten niet zo. Hun wortels groeien niet altijd in de waterbodem en komen soms niet eens met hun bladeren boven water uit. Dan blijven de bladeren op het water liggen (drijvende waterplanten) of de bladeren blijven onder water (ondergedoken/submerse waterplanten). Waterplanten vormen een belangrijk onderdeel van het watersysteem, omdat ze veel zuurstof in het water brengen waar watervlooien, vissen en andere dieren gebruik van maken. Verder zorgen waterplanten ervoor dat het water helderder wordt. In water met waterplanten vindt minder snel opwerveling van bodemdeeltjes plaats en algen zinken tussen de planten sneller naar de bodem.

Hieronder vind je informatie over verschillende soorten planten die je in en rondom het water kan vinden.

Grote waterweegbree (Alisma plantago-aquatica)

Bloeitijd: juni - september

Grote waterweegbree is een imposante oeverplant die graag vrij nat staat. De soort kan ruim 1 meter hoog worden en heeft vanaf juni fijne witte tot lichtroze bloemetjes die verspreid op een ijl bezette, rechtopstaande pluim verdeeld zijn. Deze pluim torent eenzaam boven de eivormige tot langwerpig-eironde bladeren met spitse toppen. Als de bladeren niet boven water uit komen, of als de planten in ietwat stromend water staan zijn de bladeren vaak langer en smaller.

Verspreiding

De soort kan tot een diepte van wel 30 centimeter in het water staan. Grote waterweegbree vind je op zonnige tot licht beschaduwde plekken in ondiepe, open delen in de oever van stilstaande tot vrij sterk stromende wateren. Deze wateren zijn zoet en doorgaans vrij voedselarm tot voedselrijk. Klik op het kaartje om te zien waar deze soort tot nu toe allemaal in Nederland is aangetroffen.

Kroosvaren (Azolla sp.)

Bloeitijd: september - oktober

Kroosvaren is een klein, los drijvend waterplantje. Bij aanwezigheid van genoeg voedingsstoffen in het water kan dit plantje grote matten vormen. De plantjes zijn een beetje dof blauwgroen tot roodbruin. Dit roodkleuren gebeurd vaak in de herfst. Aan de onderkant van de blaadjes vormt het plantje sporen. Uit de sporen kunnen weer nieuwe plantjes groeien. In Nederland bestaan twee soorten: de grote kroosvaren (Azolla filliculoides) en de kleine kroosvaren (Azolla cristata). De grote kroosvaren komt het meeste voor.

In Nederland werken de kroosvarens samen met een blauwalg (Anabaena azollae). Je kan het ook aan de wetenschappelijke naam van beide soorten zien. Deze blauwalgen leven in de holtes van de blaadjes van kroosvarens. Deze algen kunnen stikstof uit de lucht halen. Deze stikstof heeft de kroosvaren nodig om te kunnen groeien. Doordat kroosvarens heel snel kunnen groeien, worden ze door boeren in het buitenland regelmatig gebruikt als meststof voor op het land.

Verspreiding

Kroosvaren is een soort van zonnige plekken in (zeer) voedselrijk water. Op plekken met weinig stroming en veel organisch materiaal in de bodem groeit hij heel goed. Klik op het kaartje om te zien waar de grote kroosvaren tot nu toe allemaal is aangetroffen.

Kleine watereppe (Berula erecta)

Bloeitijd: juli - september

Kleine watereppe is een waterplant die behoort tot de emergente waterplanten. Dat betekent dat de plant met de bladeren boven het water uitsteken. Kleine watereppe heeft heel veel kleine, witte bloemetjes die in de vorm van een scherm bij elkaar staan. De deelblaadjes staan vaak in 6 paren langs de stengel met op de top nog een deelblaadje. De bladeren blijven ook in de winter groen. 


Verspreiding

Kleine watereppe vind je langs stilstaande en stromende, (matig) voedselrijke, bij voorkeur heldere wateren. Vooral langs rivieren en beekjes kan deze plant goed groeien. Klik op het kaartje om te zien waar deze soort tot nu toe allemaal in Nederland is aangetroffen.

Zwanenbloem (Butomus umbellatus)

Bloeitijd: juni - september

De zwanenbloem is een prachtige oeverplant met roze bloemen op lange steeltjes die als een bol of scherm bij elkaar staan. Deze bloemen steken boven de bladeren van de plant uit. Doordat de planten vrij groot zijn (tot 1 meter) vallen ze in de oever goed op. Veel mensen vinden het een mooie plant en daarom is de soort ook vaak bij tuinvijvers aangeplant.



Verspreiding

Zwanenbloemen staan meestal op zonnige en een beetje open plekjes langs ondiepe delen van (matig) voedselrijke, stilstaande of licht stromende wateren. Deze plant kom je bijna in heel Nederland wel tegen langs sloten of vijvers. Klik op het kaartje om te zien waar deze soort tot nu toe allemaal is aangetroffen.

Gewone dotterbloem (Caltha palustris subsp. palustris)

Bloeitijd: april - mei

Dotterbloemen zijn met hun prachtige, gele bloemen vaak de eerste bloeiende planten aan de waterkant. Ze hebben een voorkeur voor hele natte plekken en groeien daar vaak in grote pollen op de grens tussen water en oever. Dotterbloemen horen bij de familie van de ranonkels. Daar horen ook de waterranonkel en de verschillende boterbloemen bij. Als je kijkt naar de vorm van de bloemen begrijp je dat deze soorten bij dezelfde familie horen.

Verspreiding

Dotterbloemen vind je op zonnige of licht beschaduwde plaatsen in de natte oever van (matig) voedselrijke wateren. De soort komt vaak voor op plaatsen waar het grondwater boven de grond komt (kwel). De soort houdt niet van zout water. Klik op het kaartje om te zien waar de gewone dotterbloem tot nu toe allemaal in Nederland is aangetroffen.

Zegge (Carex sp.)

Bloeitijd: april - september

Zegge is een verzamelnaam voor de groep van cypergrassen met een driehoekige stengel. In Nederland hebben we meer dan 60 verschillende soorten zeggen. De bloeiwijze bestaat uit aren (pluimpjes) die soms alleen staan, maar regelmatig ook met meerdere op 1 stengel staan. Daarnaast bestaan er soorten waarbij de mannelijke bloemen en de vrouwelijke bloemen op 1 plant zitten (eenhuizig), maar er zijn ook soorten waarbij dit op aparte planten zit (tweehuizig). Bij eenhuizige planten zie je vaak duidelijke verschillen tussen de vrouwelijke en de mannelijke aartjes (zie foto).

Waterpest (Elodea sp.)

Bloeitijd: mei - augustus

Waterpest is een waterplant die bijna volledig onder water groeit. Alleen bij grote hoeveelheden waterpest zie je deze plant wat aan het wateroppervlak drijven. De plant komt in Nederland vaak niet tot bloei. De bloemen zijn klein en zijn wit tot lichtroze van kleur. De bloemen staan op een lange, dunne steel die ver uit het water steekt.

In Nederland kennen we twee soorten waterpest, waarvan de smalle waterpest (Elodea nuttallii) de algemeenste is. De brede waterpest (Elodea canadensis) komt ook regelmatig in Nederland voor, maar heeft minder gekrulde bladeren dan de smalle waterpest.

Verspreiding

Waterpest houdt van zonnige plekken in ondiep voedselrijk water. Een klein beetje stroming vindt de plant niet erg. Het water kan zoet tot licht zout (brak) zijn. Klik op het kaartje om te zien waar smalle waterpest tot nu toe allemaal in Nederland is aangetroffen.

Gewone waterbies (Eleocharis palustris)

Bloeitijd: mei - augustus

Gewone waterbies is een oeverplant waarvan de donkergroene, gladde stengels recht uit het water steken. Op de toppen van deze groene steeltjes zit de bloeiwijze, een groepje van kleine witte bloemtjes dat er uitziet als een klein pluimpje, een aar. De gewone waterbies hoort bij de groep van de cypergrassen (zie ook zegge op deze website).


Verspreiding

Gewone waterbies komt meestal op de open plekken in de oevers van (matig) voedselrijke wateren voor. De soort is te vinden in zowel zoet als een beetje zout (brak) water. Klik op het kaartje om te zien waar deze soort tot nu toe allemaal in Nederland is aangetroffen.

Moeraswalstro (Galium palustre)

Bloeitijd: mei - september

Moeraswalstro is een oeverplant uit de familie van de sterbladigen, planten met stervormige blaadjes. De bloemen van moeraswalstro zijn klein en wit en staan op steeltjes in groepjes bij elkaar. De planten worden meestal 5 tot 60 centimeter groot en kruipen als het ware door de andere oeverplanten heen. Moeraswalstro is familie van het kleefkruid, een plant die je vast wel eens tegen de kleding van je vriendje/vriendinnetje hebt aangegooid en toen op de kleding bleef hangen door de kleine harige balletjes die eraan zitten. Rupsen van de nachtvlinder groot avondrood eten regelmatig de blaadjes van moeraswalstro.

Verspreiding

Moeraswalstro vind je op zonnige tot licht beschaduwde, (zeer) natte plaatsen. Meestal op open plekjes of daar waren vooral grassen voorkomen. Je vind de soort langs matig voedselarme tot zeer voedselrijke wateren in zoetwater, maar soms in licht zout (zwak brak) water. Klik op het kaartje om te zien waar deze soort tot nu toe allemaal in Nederland is aangetroffen.

Gele lis (Iris pseudocorus)

Bloeitijd: mei - juli

Gele lis is de geelbloemige variant uit de familie van de lissen, waar ook de krokus bij hoort. De soort komt veel voor in de oevers van Nederlandse wateren. In tuinwinkels vind je ook een paarsbloemige variant. Als de gele lis is uitgebloeid, ontstaan er bruine, driehoekige zaaddozen aan de plant. De zaden liggen als drie rolletjes drop tegen elkaar aan in de zaaddoos. Eenmaal rijp en uitgedroogd, barst de zaaddoos open en vallen de zaden in het water. De zaden kunnen heel goed drijven, waardoor de zaden, via het water, door de wind over grote afstanden meegevoerd worden naar nieuwe groeiplaatsen.

Er bestaat een snuitkevertje dat zich helemaal heeft gespecialiseerd op gele lissen, de lissnuitkever. Het insect leeft als larve in de zaaddoos en als volwassen dier vind je deze kevers ook in de bloemen.

Verspreiding

De gele lis is een soort van zonnige tot licht beschaduwde natte plaatsen langs (matig) voedselrijke, hooguit zwak stromende zoete wateren. Klik op het kaartje om te zien waar deze soort tot nu toe allemaal in Nederland is aangetroffen.

Moeraswederik (Lysimachia thyrsifolia)

Bloeitijd: mei - juli

Moeraswederik is een oeverplant uit de familie van de sleutelbloemen. De moeraswederik heeft in de periode mei – juli gele bloemen. Qua bladvorm doet de plant denken aan een wilg. Dit vind je ook terug in de naamgeving. Wederik is namelijk afgeleid van ‘wede’ oftewel wilg. De bloemen van de moeraswederik zitten dicht tegen de stengel van de plant aangedrukt in de oksel van de bladeren en zien eruit als een soort gele pluisjes.

Verspreiding

Moeraswederik groeit meestal in matig voedselrijk water op zonnige plekjes in de oeverzone. Het is vooral een soort die je vaak in stilstaande of langzaam stromende laagveenwateren tegenkomt. Klik op het kaartje om te zien waar deze soort tot nu toe allemaal in Nederland is aangetroffen.

Kattenstaart (Lythrum salicaria)

Bloeitijd: juni - september

Kattenstaart (of grote kattenstaart) is een oeverplant met dieprode tot paarse bloemen die in grote trossen bij elkaar staan. De plant dankt haar naam aan de vorm van de bloemtrossen. Sommige mensen vinden ze namelijk op een kattenstaart lijken. De plant kan vrij groot worden (meer dan 1 meter) en valt met de grote bloemtrossen echt op aan de oever van het water. De plant trekt enorm veel vlinders en andere insecten aan.

Vroeger werd de plant gebruikt om inwendige bloedingen en diarree te genezen. Ook op wondjes werd deze plant gebruik om de genezing te bevorderen. Met het sap uit de wortel van kattenstaart kan je textiel kleuren.

Verspreiding

Kattenstaart heeft een voorkeur voor zonnige of licht beschaduwde plekjes langs de oever van (matig) voedselrijke wateren. Klik op het kaartje om te zien waar deze soort tot nu toe allemaal in Nederland is aangetroffen.

Watermunt (Mentha aquatica)

Bloeitijd: juli - september

Watermunt is een geurige waterplant die je veel in de oevers van sloten tegenkomt. De plant heeft kleine paarse bloemen die met velen in een bolletje bij elkaar staan. De naam van de plant geeft al aan waarnaar deze ruikt: pepermunt. Met een paar takjes en een kopje heet water kun je hiermee je eigen natuurthee maken. De jonge blaadjes aan de top van de plant kun je ook gebruiken in een zomerse salade.

Verspreiding

Watermunt kom je tegen in de oever van heel veel verschillende wateren, van voedselarm tot voedselrijk. Klik op het kaartje om te zien waar deze soort tot nu toe allemaal in Nederland is aangetroffen.

Riet (Phragmites australis)

Bloeitijd: juli - oktober

Rietplanten zijn familie van de grassen die je ook op straat tussen de tegels vindt. Het verschil is dat riet meestal op vochtigere plaatsen staat, zoals langs de oevers van vijvers en sloten. Riet kan soms wel 3 meter hoog worden. De bloemen van deze grassoort kunnen wel bijna twee handen van een volwassen mens hoog worden (15 tot 40 cm). De bloemen lijken op paarsige tot bruine pluimen, grote kwasten.

Riet wordt ook speciaal geplant op plekken waar men aan waterzuivering wil doen. Daarnaast wordt riet vaak gebruikt als dakbedekking. Dit riet wordt dan in de winter gesneden en in grote bossen verzameld.

Verspreiding

Je vindt riet op zonnige of halfbeschaduwde oevers van stilstaande of zwak stromende wateren. Meestal kom je de soort tegen in zoetwater, maar ook in licht zoute (brakke) watersystemen is riet aan te treffen. Riet is een soort die op veel plekken in Nederland groeit. Klik op het kaartje om te zien waar deze soort tot nu toe allemaal in Nederland is aangetroffen. 

Drijvend fonteinkruid (Potamogeton natans)

Bloeitijd: juni - augustus

Drijvend fonteinkruid is een van de meest algemene fonteinkruiden die we in Nederland kennen. Andere bekende fonteinkruiden zijn gekroesd fonteinkruid en schedefonteinkruid. Drijvend fonteinkruid is echt een waterplant. De meeste bladeren van deze plant liggen op het wateroppervlak en zijn groen tot roodbruin van kleur en zien er wat leerachtig of vettig uit. Deze bladeren bevatten een soort gewrichtjes waarmee ze onafhankelijk van de steel kunnen bewegen en daardoor vaak in alle richtingen op het water liggen. De bladeren die niet tot het wateroppervlak reiken zijn langwerpig en heel smal (tot 3 millimeter breed). Als het drijvend fonteinkruid in bloei staat zie je de enkele centimeters lange, groenige aren boven het water uitsteken.

Verspreiding

Drijvend fonteinkruid groeit vooral op zonnige plaatsen in ondiep, helder water wat stil staat of zwak stroomt. Het water is matig voedselarm tot voedselrijk en zoet of zwak brak (licht zout). Klik op het kaartje om te zien waar deze soort tot nu toe allemaal in Nederland is aangetroffen.

Waterzuring (Rumex hydrolapathum)

Bloeitijd: juni - september

Waterzuring is een vrij grote oeverplant uit de duizendknoopfamilie. Van alle zuringsoorten die we in Nederland kennen is dit de grootste. De soort kan wel 1,5 meter hoog worden. De bloeiwijze bestaat uit een grote groep van in het begin, kleine groenachtige bloemen. Naar mate de zomer voorbij gaat, kleuren de bloemen door naar roodbruin. Voor de grote vuurvlinder (een in Nederland ernstig bedreigde soort) vormt waterzuring een waardplant. Dit is de plant waarop vlinders hun eitjes afzetten, zodat de kieskeurige rupsen die uit de eitjes komen voldoende voedsel hebben.

Verspreiding

Waterzuring kun je vinden op zonnige plekken in de oevers van (matig) voedselrijke wateren. Klik op het kaartje om te zien waar deze soort tot nu toe allemaal in Nederland is aangetroffen.

Lisdodde (Typha sp.)

Bloeitijd: juni - augustus

In Nederland kennen we twee soorten lisdodde: de kleine (Typha angustifolius) en de grote (Typha latifolia). Lisdodden worden ook wel vaak ‘rietsigaren’ genoemd. Dit komt door de bloeiwijze van deze oeverplanten: lange bruine stelen met dicht op elkaar gepakte bloemen. Het bovenste deel van de rietsigaar bevat de mannelijke bloemen, het onderste deel de vrouwelijke. Bij de grote lisdodde zit het mannelijk deel dicht tegen het vrouwelijke deel aan. Bij de kleine lisdodde zit er ruimte tussen het mannelijk en het vrouwelijke deel van de bloeiwijze. 

Als de bloeiwijze uit elkaar begint te waaien komen er allemaal fijne pluisjes vrij. Deze pluisjes werden vroeger weleens gebruikt voor het vullen van kussens en dekbedden.

Andere namen die je weleens tegenkomt voor deze oeverplanten zijn: lampenpoetser, kannenwasser of tuitenragger. Deze namen verwijzen naar werkzaamheden waarvoor de bruine aren van deze plant vroeger voor werden gebruikt. 

Verspreiding

In Nederland vind je lisdoddes op zonnige plaatsen aan de oevers van stilstaande of langzaam stromende, matig voedselarme tot voedselrijke wateren. De grote lisdodde komt meestal op wat voedselrijkere plekken voor dan de kleine lisdodde. Deze soort vind je eigenlijk ook op allerlei waterbodems, terwijl de kleine lisdodde vooral voorkomt op bodems met veel organisch materiaal of veen. Klik op het eerste kaartje om te zien waar grote lisdodde is gevonden en op het tweede kaartje voor de verspreiding van de kleine lisdodde.

Blaasjeskruid (Utricularia sp.)

Bloeitijd: juni - september

Blaasjeskruid is een vleesetende plant waarvan er op de hele wereld 215 soorten bestaan. Sommigen leven op het land, maar enkele soorten komen voor in het water. In Nederland kennen we 5 soorten en deze komen allemaal in het water voor. Groot blaasjeskruid (Utricularia vulgaris) is de meest algemene soort. De blaasjeskruiden die in Nederland voorkomen hebben fijnverdeelde blaadjes onder water en gele bloemen die met enkele bij elkaar op een steeltje boven water uitsteken. Tussen deze blaadjes zitten kleine, ronde blaasjes, een soort zakjes waarin de plant watervlooien vangt en verteert, maar meestal zitten er algjes of schimmels in deze zakjes.

Verspreiding

Blaasjeskruid komt voor in matig voedselrijke, stilstaande of licht stromende wateren en zoekt dan de windstille plekjes op. Klik op het kaartje om te zien waar het groot blaasjeskruid tot nu toe allemaal in Nederland is aangetroffen.

Echte valeriaan (Valeriana officinalis)

Bloeitijd: juni - juli

De echte valeriaan is een oeverplant die wel meer dan 1 meter hoog kan worden. De bloemen van deze plant zijn klein en lichtroze van kleur en staan in verschillende groepjes bij elkaar. De bladeren bestaan uit verschillende deelblaadjes die telkens in paren tegenover elkaar staan. Elk blad kan zo opgesplitst zijn in 4 tot 10 paren deelblaadjes met boven aan het blad het laatste topblaadje.

De wortels van deze plant worden gebruikt om een stofje uit te winnen dat mensen kunnen innemen wanneer ze zich onrustig of gespannen voelen. Het stofje uit deze plant heeft dan een kalmerende werking.

Verspreiding

Echte valeriaan vind je op zonnige of licht beschaduwde plekken in de natte oeverzone van (matig) voedselrijke wateren. Klik op het kaartje om te zien waar deze soort tot nu toe allemaal in Nederland is aangetroffen.