Vleermuisbunker Rabenhaupt Groningen
Dit informatiepaneel met bijbehorend kunstwerk zal in mei 2017 worden onthuld.

A

Van luchtwachtcentrum tot vleermuisbunker

Luchtwachtcentrum Groningen 1955 - 1968 

Het Korps Luchtwachtdienst (KLD), opgericht in 1950, bestond uit een netwerk van 276 uitkijkposten
en 8 luchtwachtcentra in Nederland. In deze bunker, voltooid in 1955, huisde luchtwachtcentrum Groningen. Het KLD hield het luchtruim tot 1500 meter hoogte in de gaten. Zo konden ze laagvliegende (vijandelijke) vliegtuigen signaleren die lager vlogen dan de toenmalige radar kon waarnemen.

Het KLD bestond voor het grootste deel uit vrijwilligers, ’deeltijd’-militairen, die onder een relatief kleine militaire staf werkten. In Groningen zijn nog twee luchtwachttorens te zien, in Warfhuizen en Winschoten. De luchtwachters op de uitkijkposten speurden op zicht en gehoor het luchtruim af, om de positie van een vliegtuig zo nauwkeurig mogelijk te bepalen. De waarnemingen werden direct doorgegeven aan een regionaal meldpunt, het luchtwachtcentrum. 

In het luchtwachtcentrum werkten plotsters, de Luva’s (vrijwilligsters van de Luchtmacht vrouwenafdeling), die via hun headset telefonisch in verbinding stonden met de luchtwachters. Alle meldingen van vliegtuigen werden op de plottafel (grote kaart van de regio) met symbolen geregistreerd en voorzien van een pijltje voor het aangeven van de vliegrichting. Naast de plottafel bevond zich een verticaal ‘long-range’ bord, waarop ook alle meldingen van naburige groepen werden geregistreerd. Zo konden vliegtuigen die het bereik van een andere luchtwachtgroep binnenvlogen worden gevolgd. De luchtwachtcentra rapporteerden aan de centrale organisatie: Sector Operations Centre van het Commando Luchtverdediging, dat zo nodig tot actie overging. 

De komst van straaljagers en betere radar, maakte observatie op gehoor en zicht overbodig. In 1964 werd het KLD ingekrompen en in 1968 volledig opgeheven.

Kraakpand jaren '70

Na buiten gebruikstelling door het KLD in 1964 is de bunker nog een tijd gebruikt voor jeugdactiviteiten. In de jaren ’70 werd het gebouw gekraakt en werden er tot eind jaren ’90 onder andere punkfestivals gehouden.

De bunker was in trek voor punk-, house- en rockfeesten. Ook werd er door bands gerepeteerd. Vanuit deze periode stammen ook de bijzonder gekleurde muren en graffiti-kunstwerken. Vanaf het moment van de nieuwbouw van de wijk Rabenhaupt, raakte het gebouw buiten gebruik. 

In 2013 werd de bunker onder beheer gesteld van Landschapsbeheer Groningen. Samen met andere partijen hebben zij in 2014 vleermuisvoorzieningen aangebracht in de bunker.

Vleermuisbunker 2014 - heden

Het Rabenhauptterrein vormt samen met het Sterrebos en de RK-begraafplaats een heel goedleefgebied voor negen verschillende soorten vleermuizen. Niet al deze soorten overwinteren in gebouwen, maar bijvoorbeeld ook in boomholtes. De bunker wordt op dit moment alleen gebruikt door de watervleermuis en de baardvleermuis.

Vleermuizen zijn insecteneters. In de winterperiode ligt het insectenleven helemaal stil. Dit betekent dat vleermuizen in de winter geen voedsel kunnen vinden, waardoor zij in winterslaap gaan. Zo kunnen vleermuizen tussen de 5 en 10 jaar oud worden.  

In de bunker vinden we vrij grote, donkere ruimten met een constant lage temperatuur van 0-10 °C. Vleermuizen zijn warmbloedige dieren, maar tijdens hun winterslaap verlagen ze hun hartslag en de lichaamstemperatuur wordt tot aan de omgevingstemperatuur verlaagd. Dankzij de constante temperatuur in de bunker, hoeven de vleermuizen hun lichaamstemperatuur niet continu aan te passen en besparen zo energie. Op die manier kunnen ze de winter overleven op hun, gedurende de zomer opgebouwde, vetvoorraad. In Nederland worden 650 oude bunkers gebruikt voor de overwintering van vleermuizen.  

Vleermuizen zijn vrij kleine dieren en wegen 3,5 tot 8 gram. Tijdens de winterslaap kan een vleermuis ongeveer de helft van zijn lichaamsgewicht verliezen.

RTV Noord korte reportage: Vleermuizen in de bunker